Bij de dokter

Ik ga verzitten in het plastic kuipstoeltje en wiebel nerveus met mijn voet. Om me heen klinken allerlei geluiden: het rinkelende belletje van de balie, de stem van de receptioniste, voetstappen in de gang. Naast me begint mijn dikke buurman rochelend te hoesten. Ik onderdruk een rilling en probeer mijn aandacht weer te richten op de oude, gekreukte Cosmopolitan op mijn schoot.

Ik zit in de wachtkamer van de huisarts. Na een poosje uitstellen heb ik toch maar even een afspraak gemaakt om een jeukende moedervlek te laten checken.

Ik heb het niet zo op dokters en ziekenhuizen. Dat is eigenlijk best gek, want mijn moeder is neuroloog en als klein meisje ging ik regelmatig mee als ze in het weekend patiënten moest controleren. Dan kreeg ik koekjes en mocht ik tekeningen maken, dus het was zeker geen traumatiserende ervaring.

Maar als ik zelf een arts moet bezoeken, voel ik me altijd zeer slecht op mijn gemak.

“Ik ga liever gewoon op sollicitatiegesprek”, schiet er door mijn hoofd.

Onwillekeurig lach ik in mezelf om dit vreemde vergelijk. Dat lijkt onlogisch. Bij een sollicitatiegesprek weet ik immers dat ik moet presteren, moet knallen. Dat er veel afhangt van dat gesprek. Hier bij de huisarts hoef ik alleen maar een medisch advies te krijgen zonder dat ik zelf iets goed of fout kan doen.

Misschien is dat ook wel de kern van het probleem. Ik houd niet zo van lijdzaam afwachten. Ik heb graag zelf het heft in handen. Nu voel ik me als een schaapje, overgeleverd aan het oordeel van de arts.

“Straks heb ik kanker”, denk ik nerveus. Is dit bezoekje het begin van iets nieuws. Iets heel naars. Het begin van een medisch traject met nare behandelingen en spuiten en alle ellende die papa ook heeft doorgemaakt.

Ik schrik zelf een beetje van deze gedachte. Ik beschouw mezelf meestal al vrij nuchter. Ik heb bijna nooit kwaaltjes en ben bepaald geen hypochonder. Maar de laatste tijd hoor ik zo veel verschrikkelijke verhalen om me heen. Sinds we terug zijn heb ik al van vier mensen uit onze directe omgeving gehoord dat ze erg ziek zijn. En tel daar mijn eigen vader bij op. Je denkt dat het jezelf of je naasten nooit overkomt, maar als dan toch….

“Mevrouw?” De dokter is de wachterkamer ingelopen en onderbreekt mijn opbeurende gedachten.

Ik sta op, geef een hand en loop met knikkende knietjes mee de kamer in.

Vijf minuten later trek ik de deur achter me dicht. De dokter had aan één blik genoeg. “Niet verontrustend”, luidt het devies. “ Alleen als dit plekje nu heel erg gaat groeien of verkleuren, moet je even terugkomen, maar dat verwacht ik niet”.

Ik loop naar buiten, de regen in, en voel me een ontzettende aansteller.

Niks aan de hand. Natuurlijk niet. Opgelucht loop ik de trap af. En heel even sta ik extra stil bij hetgeen dat we voor lief nemen zolang het goed gaat: onze gezondheid. Het leven.

Hoe dun de scheidingslijn is tussen gezond en ziek. Gelukkig staan we daar niet te veel bij stil. Maar soms is een klein bezinningsmomentje niet verkeerd. Waardeer wat je hebt. Besef dat het ook anders kan zijn. Dat het leven niet altijd eerlijk is en heel anders kan lopen dan je voor ogen hebt.

En zo loop ik  in de regen naar huis met het gevoel dat ik een cadeautje heb gekregen. Ik heb nog geen baan, ik heb geen paraplu en ik word nu zeiknat.. Maar ik heb geen enge ziekte en ik leef. En is dat uiteindelijk niet het allerbelangrijkst?

Geschreven door

4 Reacties

  • Diana

    Dat is helemaal waar, Maaike! Soms vergeten we dit even..

    • krulletje86

      Ja he Diana, gelukkig ook maar want anders maken we ons constant druk om ‘wat als, dan’..;-) Maar soms wel goed om even te beseffen wat we hebben!

  • Estelle

    Herkenbaar! Ik denk dat met ons een hoop meer mensen de nodige doemscenario’s door hun hoofd krijgen in de wachtkamer, maar dat maar weinig mensen met deze mooie conclusie weer buiten stappen, super mooie gedachte!

Geef een reactie