Twinkels en de kleine dingen Category Archives

Bij de dokter

Ik ga verzitten in het plastic kuipstoeltje en wiebel nerveus met mijn voet. Om me heen klinken allerlei geluiden: het rinkelende belletje van de balie, de stem van de receptioniste, voetstappen in de gang. Naast me begint mijn dikke buurman rochelend te hoesten. Ik onderdruk een rilling en probeer mijn aandacht weer te richten op de oude, gekreukte Cosmopolitan op mijn schoot.

Ik zit in de wachtkamer van de huisarts. Na een poosje uitstellen heb ik toch maar even een afspraak gemaakt om een jeukende moedervlek te laten checken.

Ik heb het niet zo op dokters en ziekenhuizen. Dat is eigenlijk best gek, want mijn moeder is neuroloog en als klein meisje ging ik regelmatig mee als ze in het weekend patiënten moest controleren. Dan kreeg ik koekjes en mocht ik tekeningen maken, dus het was zeker geen traumatiserende ervaring.

Maar als ik zelf een arts moet bezoeken, voel ik me altijd zeer slecht op mijn gemak.

“Ik ga liever gewoon op sollicitatiegesprek”, schiet er door mijn hoofd.

(meer…)

Ik heb je lief

Joris komt al wankelend de kamer binnen. In zijn armen heeft hij een enorme geluidsbox. Hij heeft hem net schoongemaakt: het bruine hout glanst. “Kijk”, zegt hij licht hijgend. “Zo ziet het er al heel anders uit! Ik heb ze nu allemaal schoon. En dan ga ik deze nu naast de tv zetten en de andere naast de bank”.

Ik kijk op vanaf de bank, waar ik verdiept was in mijn boek. Joris is omringd door kabels, boxen en boekjes met de gebruiksaanwijzing. Al pratende laat hij de box voorzichtig op de grond glijden en kijkt naar me op. Zijn blauwe ogen glanzen en hij veegt met één hand wat springerige haren uit zijn ogen.

Hij staat daar zo lief, met zijn hand op de geluidsbox, dat ik ineens en golf van emoties door me heen voel gaan.

(meer…)

Dat ik je mis

Ik klap geërgerd mijn computer dicht en plof op de bank, terwijl ik in één beweging mijn boek en de schaal paaseitjes naar me toe trek. Ik begin aan het folie van een eitje te prutsen, zucht, leg het half uitgepakte eitje terug en loop naar de muur.

Vanuit zijn fotolijst lacht papa me lief toe.

Het is een gewone, rustige ochtend waarin ik de gebruikelijke sollicitatie dingen doe, maar vandaag kan ik mijn draai niet vinden. En natuurlijk weet ik best hoe dat komt. Aanstaande zondag is papa precies een jaar overleden en al heb ik niks met symbolisch verdrietige data, toch kan ik niet ontkennen dat het me bezighoudt.

Een jaar. Wat is een jaar? Gisteren appte ik even met mijn vriendin Samantha en zij zei heel treffend: ‘Jeetje ja. Een jaar pas/al’. En zo is het.

We zijn bijna een heel jaar verder en het was een jaar vol tegenstrijdigheden. Een intens verdrietig jaar, maar ook een prachtig jaar. Een jaar waarin ik nóg meer van Joris ben gaan houden, meer dan ooit de kracht van vriendschap en familie heb ervaren en waarin ik tijdens onze prachtige wereldreis papa altijd dichtbij voelde.

Nu ik hier naar papa’s foto sta te staren, komen echter even alleen de momenten van precies een jaar geleden terug. De tijd dat papa te ziek was om te leven, maar te sterk om op te geven.

Ik denk aan de dagelijkse ritjes naar mijn vaders huis terwijl hij elke dag zwakker werd. Bijna niet in staat om te bevatten wat onvermijdelijk aan het gebeuren was, in een roes, mijn tranen verbijtend. Het afschuwelijke wachten, papa’s onsamenhangende zinnen en de gefluisterde gesprekken met de dokter in de keuken.
De ravage in ons huis omdat we uitgerekend toen midden in een verhuizing zaten. ‘Savonds dozen vullen met onze gedachten ergens anders. Uiteindelijk de verhuisdag, waar ik ondanks alles graag zelf bij wilde zijn, en dan midden in de kamer van ons nieuwe huisje het telefoontje van papa’s vrouw Mireille: “Maaike… Ik denk dat papa er niet meer is”.
Tranen, trillen, leegte, paniek. Verdoofd op de bank, met vriendinnen om me heen. De gehaaste autorit met Joris, die kort en eindeloos lijkt te duren. Papa in bed. Stil. Zijn hand  die een stukje onder de dekens uit piept. Hoe ik kijk en kijk en hem niet meer zie. Mijn papa, al ver weg. En later hoe hij ligt in zijn kist, mooi aangekleed in zijn jasje en het roze blokjes overhemd. Vredig, maar veel te stil.

De uitvaart, die ineens zo warm is. De mensen ,de knuffels, liefde voor papa. Papa’s koor dat voor hem zingt, Mireille die prachtige dingen zegt, mijn broertje Rutger die saxofoon speelt. Ik, die perse iets wil zeggen, iets MOET zeggen. En verdomd, het lukt!

De onwerkelijkheid van de weken erna, die al snel maanden worden. Ontelbare fantastische kaartjes, berichtjes, telefoontjes, bezoekjes. Hoe soms tussen het verdriet een spoortje opluchting piept: na jaren van vechten en wachten is de pijn en onzekerheid nu weg. Om daarna weer plaats te maken voor een alles overheersend missen.

We zijn nu bijna een jaar verder en het leven gaat door. Ik ga door, sterker en gelukkiger dan ik ooit had kunnen denken. Zachtjes veeg ik mijn wangen droog en lach naar mijn vader op de foto. Hij is dan wel dood, maar heeft me een geweldig kado gegeven: vertrouwen in de toekomst. De week na zijn overlijden vond ik een gedichtje dat ik op de uitvaart heb voorgelezen. Een gedichtje dat mijn vader me als klein meisje gaf en eindigde met:

“Wees jezelf, durf te leven ,
Is wat ik je mee wil geven.
Dan, mijn Maaike zullen je dromen,
Je leven zijn. Niet in te tomen”.

Sinds papa’s dood probeer ik ernaar te leven.

Ik loop terug naar de computer. Later deze week heb ik een nieuw sollicitatiegesprek op de planning staan, waar ik zin in heb en goed voorbereid naartoe wil. Ook in een verdrietige week gaat het leven gewoon door.

Ik knipoog naar mijn vaders foto. “Ja paps, ik ga alweer aan de slag” , mompel ik hardop. “Maar krijg ik dan wel een beetje vaderlijke hulp van bovenaf?”