BatsApp en echte vriendschap

De meeste wijsheid vind je in de kroeg, blijkt ook vanavond weer.

Sanne, Sylvie, Geert en ik zitten met z’n vieren knusjes om een houten tafel in een bruine kroeg. Als vanouds in onze studentenstad Wageningen. Ik hou van Wageningen. En van mijn vrienden. Met onze hoofden dicht bij elkaar ouwehoeren we over bier, werken, ons seksleven, ouder worden en WhatsApp.

(meer…)

..Maar het leek me gewoon zo leuk!

Slepend met een grote tas boodschappen kom ik ons appartementje binnen, als ik mijn op tafel liggende telefoon hoor gaan. Met mijn jas nog aan maak ik een duik en weet net op tijd op te nemen. Het is mijn lieve recruiter Mieke en zodra ik haar stem hoor, weet ik het al.

“Maaike, ik heb de terugkoppeling van onze klant. Je hebt een mega goede indruk gemaakt en ze hebben er heel lang over gesproken… Maar ze gaan in zee met één van de meer ervaren kandidaten”

Shit. Hoewel ik deze natuurlijk had kunnen zien aankomen, voel ik toch een flinke steek van teleurstelling. Het gesprek ging dinsdag zó lekker. Hoewel ik aan tafel bleek te zitten met het best intimiderende panel van directeur, commercieel directeur én P&O voelde de sfeer prima aan en kwam ik, al zeg ik het zelf, goed uit de verf. Oké, tijdens het gesprek werd behoorlijk duidelijk dat ik qua kennis van de sector het één en ander bij te spijkeren had… Maar desondanks ging ik happy weg.

“Ze wilden je echt heel graag hebben”, vervolgt Mieke. “Er is zelfs nog intern gekeken of ze je een ander aanbod konden doen, maar daar is het bedrijf te klein voor. Eerlijk waar Maaike, volgens de directeur sprong je eruit qua persoonlijkheid. Maar de andere kandidate had al een PhD gedaan, al jaren werkervaring in de sector.. Dat is voor hen nu de meest veilige keuze.”

Ze heeft natuurlijk gelijk. Ik wist zelf ook al wel dat ik kansloos was tegenover kandidaten met veel meer ervaring. Ik had alleen de stille hoop dat die anderen gewoon zo beroerd zouden communiceren dat ik op dat vlak alles goed kon maken, maar helaas.

Ik baal flink, al is het een schrale troost dat ik het heb afgelegd tegen een mega ervaren PhD’er. Daarnaast natuurlijk leuk om te horen dat ik niet de enige was die het gesprek als prettig heeft ervaren. Sterker nog: Mieke vertelt dat de directeur vond dat ik heel volwassen en senior-achtig overkwam. Ha! Heeft die peptalk aan mezelf in de auto toch effect gehad.

“…. En omdat wij zo over je te spreken zijn, wil ik je een ander aanbod doen”, hoor ik Mieke zeggen. Ik ben meteen weer één en al oor. Wat zegt ze? Wil ze me een baan als recruiter aanbieden?

“We willen verder voor je kijken in de markt en jou profiel tegen wat functies aanhouden. Voor ons eindigt het hier niet! Vind je het goed als ik daar volgende week bij je op terug kom?”

Natuurlijk vind ik dat goed. Graag!

Na afronding van het gesprek blijf ik even stil zitten. Daar zit ik dan, met mijn o zo geweldige persoonlijkheid, maar zonder baan. Lekker is dat. Zo snel als je in een achtbaan van kansen wordt meegesleept, zo snel lig je er ook weer uit. Maar het heeft me wel een positieve ervaring opgeleverd. Blijkbaar was dit het niet voor mij. Op naar de volgende kans, baan, sollicitatie!

Maar nu…heb ik eerst even behoefte aan een groot stuk chocola en een dikke knuffel van Joris.

Solliciteren: ervaring versus skills

Ik knijp mijn ogen tot spleetjes tegen de zon en laat het gas even los. Ik bevind me ergens op de A50 en kruip met een slakkengangetje tussen 2 vrachtwagens geklemd over de rechterbaan. Een hoogst ongebruikelijke situatie, omdat ik niet zo goed ben in langzaam rijden waar het ook harder kan. Geduld is niet mijn sterkste punt.

Maar nood breekt wet: ik ben op weg naar een sollicitatie en ik ben veel te vroeg. Om de reis een beetje te rekken leek het me een goed idee om achter een vrachtwagen te gaan rijden. Vooralsnog levert het echter vooral meewarige blikken en weinig minuten extra reistijd op.

Terwijl ik verlangend naar links kijk, waar allemaal auto’s voorbij schieten, denk ik na over het aanstaande gesprek. Ik kan eigenlijk nog steeds maar amper geloven waar ik naar op weg ben.
Het begon allemaal met mijn kennismaking met de recuiter van vorige week. Waar ik nieuwsgierig maar ook met enige reserves het gesprek inging, werd ik al gauw omhuld door een zinderende wolk van enthousiasme. Ik grinnik in mezelf als ik het gesprek voor de geest haal. Zo’n leuk sollicitatiegesprek heb ik nog nooit gehad.

Na wat wederzijds gebabbel met de enorm aardige recruiter raakte ik steeds enthousiaster over de functie en zij steeds enthousiaster over mij. Uiteindelijk mondde ze uit in zo’n een enorme lofzang over mij en ‘mijn competenties’, dat ik bijna het gevoel begon te krijgen dat ze me met een ander persoon verwarde. Ik bedoel, ik ben best een aardige meid, maar heb nooit echt aan mezelf gedacht in termen van ‘enorm empathisch vermogen’ en ‘natuurlijke gunfactor’.

“Ze had eigenlijk eens met Joris moeten gaan praten als ik ongesteld ben”, gniffel ik. “Die kan dan nog wel een boekje open doen over mijn empathisch vermogen”.

Daarnaast maakte ik me wat zorgen over de feiten, zoals dat ik eigenlijk te weinig werkervaring heb en al helemaal niet veel in de betreffende branche. Dit alles liet haar echter volstrekt koud. Toen ook nog bleek dat 4 dagen per week werken bespreekbaar was, was de zaak snel beklonken: ik werd voorgesteld als kandidaat aan het bedrijf en mocht op audiëntie komen.

En daarom rij ik nu dus hier: strak in het pak, haren netjes vast, tot in de puntjes voorbereid. Zenuwachtig maar ook enthousiast, want eerlijk is eerlijk: het lijkt een super vette baan. Die ik volgens mij ook wel kan. Qua competenties dan. Maar is dat genoeg om mezelf overtuigend te presenteren?

Met een licht hysterisch lachje zie ik een scenario voor me van mij tegenover 2 chagrijnige mannen, die me meewarig aan de tand voelen over ‘mijn kennis van de sector’.
“Zo jongedame, en hoe denk jij dat wij op korte termijn een kostprijs reductie kunnen realiseren?”
“Nou meneer, dat weet ik ook allemaal niet. Maar ik kan u wel van alles vertellen over mijn enorme empathische vermogen?!”

Ik lach hardop en trap snel op de rem, omdat ik al genietend van mijn binnenpretjes bijna bovenop de vrachtwagen rijd. Oeps .De navigatie piept: we zijn bij ‘mijn’ afslag. Mijn 80 km/h actie heeft de reis met precies één hele minuut  verlengd.

Ik geef richting, sla af en geef een dot gas. Langzaam rijden is niet mijn ding. En afwachten ook niet. Ervaring of geen ervaring, ik weet prima wat ik kan en waar ik naartoe wil. Als je iets wil bereiken moet je ook bereid zijn om je nek uit te steken.

Dus kom maar op met alle moeilijke vragen.. Ik ben er klaar voor!

 

 

 

 

 

 

WhatsApp stress

Het is een willekeurige donderdagavond en ik zit met Bennie in de kroeg. Boven een stinkende pizza shoarma (Bennies idee, dat komt ervan als je met je mannelijke vrienden uit eten gaat) kletsen we bij. Ik heb net een verhaal afgestoken over thuiskom stress: net weer in Nederland zijn we ongekend populair en we verzuipen in de afspraken.

(meer…)

‘Uw profiel sluit goed aan op de volgende functie..’

“Oke, helemaal goed, tot dan!”

Ik hang op en blijf even verdwaasd naar mijn telefoon staren. Gebeurt dit echt? Ik maak dan wel graag grapjes over ‘recruiters die me bellen om me een fantastische baan aan te bieden’, maar ik had er nog nooit daadwerkelijk 1 aan de lijn. Tot vandaag.

Ik haal mijn hand door mijn haren. Ons leven ‘na de reis’  begon net weer zijn normale vorm te krijgen. Na het aanvankelijke gekkenhuis zijn weer op de rit: de was is weggewerkt, de tassen zijn uitgepakt, ons sociale leven weer opgepakt en Twinkel ligt weer te spinnen in zijn bakje. Business as usual.

Vanochtend is Joris al gapend in alle vroegte vertrokken naar zijn eerste werkdag sinds drie maanden. Ik zit dus in een rustig huis en gebruik deze ‘gewone’ dag om werk gerelateerde dingen op een rijtje te zetten: linkedin profiel updaten, oud collega’s bellen. Mijn gedachten ordenen over mijn ondernemende plannen. Ik hang net een oud collega op die enthousiast belooft om me in contact te brengen met een start-up coach, als mijn telefoon weer gaat.

Een recruiter, zo blijkt, die bij mij terecht is gekomen na een verwijzing van mijn lieve vriendinnetje Sylvie. En iemand zoekt voor een functie die leuk klinkt. Een functie die bij mij zou kunnen passen. Of ik interesse heb om hierover door te praten?

Verward schud ik mijn hoofd. Het is echt niet te geloven. Het afgelopen half jaar heb ik geregeld vacatures bekeken. Oriënterende gesprekken gevoerd. Stond ik heel erg open voor een nieuwe baan ‘na onze reis’, maar kwam ik weinig leuks tegen. Nu zijn we net terug, zit ik vol plannen en ideeën.. En krijg ik ineens dit telefoontje.

Mijn hersenen maken overuren terwijl ik het zojuist gevoerde gesprek in mijn hoofd nog eens doorloop. Opzich zoek ik wel een baan, want van mijn leuke ondernemende idee kunnen wij onze huur (nog) niet betalen. Daarbij wil ik ook graag weer aan de slag. Maar ik had me wel een beetje ingesteld op een paar weken rustig zoeken en praten, zodat ik daarnaast serieus kan kijken of mijn eigen bedrijf meer is dan een leuk idee. En het liefst wil ik een baan voor maximaal 4 dagen per week, om ook mijn andere dromen tijd en aandacht te blijven geven.

De functie waar de recruiter me over belde klonk niet als iets voor 4 dagen.  Een mooie functie, maar ook een pittige. Een uitdaging, full-time. Niet iets waarnaast je ‘even’ een eigen bedrijf opzet. Is dit wat ik nu wil? Raak ik nu, nog maar amper terug in Nederland, gelijk in een enorm luxe probleem verzeild waarbij ik moet kiezen tussen twee niet verenigbare toekomst scenario’s?

‘Ach’, spreek ik mezelf streng toe, ‘Misschien valt er best een mouw aan te passen. En met 1 keer met een recruiter praten ben je nog niet aangenomen. Misschien wordt het überhaupt helemaal niks, vind je het niks. Of vinden ze jou niks.’

Na deze opbeurende woorden aan mezelf sla ik mijn agenda open. Later deze week ga ik op gesprek en daarna zien we wel weer. Nu alleen nog even bedenken wat ik aantrek…

The best way to do it…

Met mijn heup probeer ik de slaapkamerdeur open te duwen, daarbij de overvolle wasmand moeizaam tegen me aan klemmend. Door de kier van de deur zie ik een stukje van de gang, die bezaaid is met schoenen,tassen en stapels papier. Uit de woonkamer komt een aanhoudend gezoem: iemand probeert al enige tijd om mij of Joris te bereiken. ‘Maaik’, schreeuwt Joris uit de badkamer, ‘gaan we nou zo de auto’s ophalen of wordt dat toch morgen?!’

Home sweet home. Na 3 maanden wereldreis zijn we weer thuis en het dagelijks leven komt als één grote stortvloed op ons af. Ik was, in de luxe en rust van idyllische eilandjes en uitgestrekte woestijnen, een beetje vergeten hoe overweldigend het Nederlandse leven kan zijn. We zijn terug, en we draaien ‘dus’ weer gelijk op volle toeren mee.

Met een steekje van heimwee denk ik terug aan vorige week, toen we nog heerlijk in New York zaten en ons leven enkel werd bepaald door de vragen ‘wat gaan we doen vandaag’ en ‘wat gaan we vandaag eten’. Thuiskomen is leuk, maar ook weer even wennen.

Nadat het me is gelukt heelhuids met was en al bij de wasmachine  te komen, zet ik de was aan en loop terug door de gang. Mijn oog valt op een stuk papier dat uit mijn reistas piept. Ik trek het eruit, bekijk het en glimlach.Op reis heb ik wat krabbels gemaakt met ideeën voor een eigen bedrijfje.

Ik heb altijd al willen ondernemen. Als kind struinde ik de straten af om de buren mijn zelf bedachte koopwaar (bv bloemen geplukt uit hun eigen tuin- dat zei ik er dan niet bij) aan te smeren.
Later maakte ik als studente plannen om met een vriendin een eigen schoenenlijn op te zetten. Ik had grote voeten – Zij een studie bedrijfswetenschappen, en daarmee was ons idee geboren. De plannen bleven altijd plannen: luchtbellen die even groot werden opgeblazen, maar daarna langzaam wegwaaiden in de drukte van alledag.

Sinds deze zomer heb ik weer zo’n plan. Het ontstond in de zomervakantie en bleef hangen. De afgelopen reis heb ik het plan regelmatig besproken, overdacht en verder opgepoetst. De krabbels op het briefje geven aardig weer wat ik voor ogen heb.

Onderaan het briefje heb ik een citaat geschreven dat ik uit de Amerikaanse Cosmo heb opgeduikeld. In de Cosmo stond, hoe toepasselijk, een stuk over succesvolle vrouwelijke ondernemers en één van hen citeerde Amelia Earheart: “The best way to do it… Is to do it’.

Ik staar even naar het papier. Dromen zijn prachtig, maar het is zo makkelijk om je frisse plannen weer te vergeten…Te laten verdwijnen in een zee van ‘ja maar’ en ‘geen tijd’. En zeker als je een perfectionistje bent als ik, is er altijd een reden om niet te beginnen.

Joris loopt de gang in. ‘Wat doe jij nou? Ik wacht op je!’. Ik werp hem een lachje toe en steek  het papier in mijn zak. Als je net thuis bent gaan de praktische dingen voor. Maar deze droom.. is nog niet vergeten.