Dat ik je mis

Ik klap geërgerd mijn computer dicht en plof op de bank, terwijl ik in één beweging mijn boek en de schaal paaseitjes naar me toe trek. Ik begin aan het folie van een eitje te prutsen, zucht, leg het half uitgepakte eitje terug en loop naar de muur.

Vanuit zijn fotolijst lacht papa me lief toe.

Het is een gewone, rustige ochtend waarin ik de gebruikelijke sollicitatie dingen doe, maar vandaag kan ik mijn draai niet vinden. En natuurlijk weet ik best hoe dat komt. Aanstaande zondag is papa precies een jaar overleden en al heb ik niks met symbolisch verdrietige data, toch kan ik niet ontkennen dat het me bezighoudt.

Een jaar. Wat is een jaar? Gisteren appte ik even met mijn vriendin Samantha en zij zei heel treffend: ‘Jeetje ja. Een jaar pas/al’. En zo is het.

We zijn bijna een heel jaar verder en het was een jaar vol tegenstrijdigheden. Een intens verdrietig jaar, maar ook een prachtig jaar. Een jaar waarin ik nóg meer van Joris ben gaan houden, meer dan ooit de kracht van vriendschap en familie heb ervaren en waarin ik tijdens onze prachtige wereldreis papa altijd dichtbij voelde.

Nu ik hier naar papa’s foto sta te staren, komen echter even alleen de momenten van precies een jaar geleden terug. De tijd dat papa te ziek was om te leven, maar te sterk om op te geven.

Ik denk aan de dagelijkse ritjes naar mijn vaders huis terwijl hij elke dag zwakker werd. Bijna niet in staat om te bevatten wat onvermijdelijk aan het gebeuren was, in een roes, mijn tranen verbijtend. Het afschuwelijke wachten, papa’s onsamenhangende zinnen en de gefluisterde gesprekken met de dokter in de keuken.
De ravage in ons huis omdat we uitgerekend toen midden in een verhuizing zaten. ‘Savonds dozen vullen met onze gedachten ergens anders. Uiteindelijk de verhuisdag, waar ik ondanks alles graag zelf bij wilde zijn, en dan midden in de kamer van ons nieuwe huisje het telefoontje van papa’s vrouw Mireille: “Maaike… Ik denk dat papa er niet meer is”.
Tranen, trillen, leegte, paniek. Verdoofd op de bank, met vriendinnen om me heen. De gehaaste autorit met Joris, die kort en eindeloos lijkt te duren. Papa in bed. Stil. Zijn hand  die een stukje onder de dekens uit piept. Hoe ik kijk en kijk en hem niet meer zie. Mijn papa, al ver weg. En later hoe hij ligt in zijn kist, mooi aangekleed in zijn jasje en het roze blokjes overhemd. Vredig, maar veel te stil.

De uitvaart, die ineens zo warm is. De mensen ,de knuffels, liefde voor papa. Papa’s koor dat voor hem zingt, Mireille die prachtige dingen zegt, mijn broertje Rutger die saxofoon speelt. Ik, die perse iets wil zeggen, iets MOET zeggen. En verdomd, het lukt!

De onwerkelijkheid van de weken erna, die al snel maanden worden. Ontelbare fantastische kaartjes, berichtjes, telefoontjes, bezoekjes. Hoe soms tussen het verdriet een spoortje opluchting piept: na jaren van vechten en wachten is de pijn en onzekerheid nu weg. Om daarna weer plaats te maken voor een alles overheersend missen.

We zijn nu bijna een jaar verder en het leven gaat door. Ik ga door, sterker en gelukkiger dan ik ooit had kunnen denken. Zachtjes veeg ik mijn wangen droog en lach naar mijn vader op de foto. Hij is dan wel dood, maar heeft me een geweldig kado gegeven: vertrouwen in de toekomst. De week na zijn overlijden vond ik een gedichtje dat ik op de uitvaart heb voorgelezen. Een gedichtje dat mijn vader me als klein meisje gaf en eindigde met:

“Wees jezelf, durf te leven ,
Is wat ik je mee wil geven.
Dan, mijn Maaike zullen je dromen,
Je leven zijn. Niet in te tomen”.

Sinds papa’s dood probeer ik ernaar te leven.

Ik loop terug naar de computer. Later deze week heb ik een nieuw sollicitatiegesprek op de planning staan, waar ik zin in heb en goed voorbereid naartoe wil. Ook in een verdrietige week gaat het leven gewoon door.

Ik knipoog naar mijn vaders foto. “Ja paps, ik ga alweer aan de slag” , mompel ik hardop. “Maar krijg ik dan wel een beetje vaderlijke hulp van bovenaf?”

 

With a little help from my friends..

“Ja hallo, Maaike hier, ik heb een afspraak met een paar oud-collega’s!’ schreeuw ik in het paaltje voor de slagboom. Even hoor ik alleen gekraak, dan zwaait de slagboom open. Ik rijd het parkeerterrein op. Voorheen kwam ik hier binnen door met mijn parkeerpasje te zwaaien, maar die is bij beëindiging van mijn contract –uiteraard- in beslag genomen.

Ik ben vandaag op bezoek bij mijn oude werkgever. De afgelopen twee jaar heb ik met veel plezier als junior adviseur gewerkt. Eind vorig jaar liep mijn twee jarige consultancy traineeship af  en moest ik weg. Dat was een vooraf vaststaand gegeven – ik ben er niet uit gewerkt omdat ik er een rommeltje van had gemaakt- en het is dan ook leuk om hier weer even terug te zijn.

Toch een beetje ongemakkelijk loop ik de trap op. Ik hoop niet dat iedereen me alweer vergeten is, dat zou nogal gênant zijn. Gelukkig kom ik gelijk na binnenkomst al een paar van mijn lievelings oud-collega’s tegen en de rest van de dag gaat voorbij in een roes van bijpraten, thee drinken, lunchen en bijpraten.

Ik heb onder andere een afspraak met mijn ex-baas. Hoewel hij me helaas geen nieuwe baan aanbiedt (Wanneer houd ik nou eens op met te denken dat de hele wereld me banen aan gaat bieden?), is het leuk om weer even bij te praten. Hij benadrukt dat hij me zo weer aan zou nemen als er werk was en dat hij graag referent wil zijn bij andere sollicitaties.

Daarna hebben we het nog even over wat ik eigenlijk zoek. Omdat ik twee studies heb gedaan, te weten Dierwetenschappen en Marketing, heb ik bij mijn oude werkgever zowel projecten richting agrofood marketing als dierenwelzijn en dierlijke productie gedaan. Bij voorkeur ga ik nu door in een functie waar ik marketing en innovatie kan combineren met de agrofood sector. Maar los van de branche en inhoud gaat het me ook om het gevoel: ik wil blij worden van mijn toekomstige baan.

Na afloop spreek ik nog wat andere oud-collega’s. Wat zijn het toch schatten. Iedereen is even bemoedigend, geïnteresseerd en lief. Daarnaast krijg ik meerdere tips over vacatures en namen van contactpersonen bij bedrijven. Leuk leuk!
Opgewekt stap ik een paar uur later weer in de auto. Wat geeft het een heerlijk gevoel als je weet dat mensen met je meedenken.

Ik heb toch al zo’n leuke week. Zo kreeg ik van 3 verschillende vrienden mailtjes met tips over vacatures en belde ik met mijn LinkedIn contact Henk. Na zijn spannende verzoek dat ik hem ‘even moest bellen’ had ik gisteren daad bij woord gevoegd en Henk gebeld. Henk bleek mede-eigenaar te zijn van een familiebedrijfje dat internationaal werkt in de agrarische sector. En hij zocht een nieuwe werknemer. Of ik daar eens over na wilde denken..

Ik neem alles wat ik heb gezegd over Mijn Netwerk terug. Ik hou van Mijn Netwerk. Hoe geniaal zou het zijn als ik via één van mijn vrienden, oud collega’s of LinkedIn aan de baan kom?

I tell you this: diegene die mij aan het werk helpt, krijgt een dikke vette knuffel en een etentje!

Mijn Netwerk en de LinkedIn etiquette

Goed. Ik heb dus toch geen fantastische baan in mijn schoot geworpen heb gekregen en dat betekent… Dat ik weer aan de bak moet.

Omdat ik de afgelopen weken alle geijkte dingen, zoals vacature sites aflopen en mensen bellen al heb gedaan, lijkt het me nu tijd voor een iets grootsere actie. Ik ga mijn werkloze status communiceren aan Mijn Netwerk.

Mensen doen altijd heel gewichtig over Hun Netwerk. Dat snap ik wel: het is best cool als je allemaal belangrijke mensen ‘kent’. Vooral als ze je dan ook nog leuke banen kunnen bezorgen.
Ik ben dan ook erg tevreden met het feit dat Mijn Netwerk zich in mijn werkzame jaren bijzonder goed heeft ontwikkeld. Een blik op LinkedIn leert me dat ik op dit moment maar liefst 460 mensen “In Mijn Netwerk”heb, om nog maar niet te spreken van mijn 123 volgens op twitter. Omdat velen van hen werkzaam zijn in mijn branche, de agrofood sector, biedt dat in theorie dus ongekende mogelijkheden.

Ik besluit Mijn Netwerk onmiddellijk op de hoogte te stellen van mijn werkzoekende status. Eigenlijk vind ik dat niet zo leuk, want expliciet zeggen dat je OP ZOEK bent naar werk klinkt toch een beetje wanhopig. Maar goed: naast de telefoon wachten tot mijn recruiter terugbelt kan wel eens een langdurige exercitie worden. ‘Bovendien kunnen mensen pas aan je denken als ze weten dat je beschikbaar bent’, spreek ik mezelf streng toe.

Dus pruts ik wat met een geniale tekst, bel nog even met oud-collega en vriendin Jackie voor wat goede tips en slinger dan mijn “JOEHOE IK ZOEK WERK” oproepje via LinkedIn en twitter de wereld in.

-Ow werkgevers en spannende banen, kom tot mij! –

De uren erna check ik elke 5 minuten LinkedIn. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik verwacht, want de etiquette rondom status updates op LinkedIn is voor mij een beetje een grijs gebied. Mag ik verwachten dat Mijn Netwerk mijn status ‘interessant vindt’, het equivalent van “like’ op facebook? Of doe je dat niet als jezelf respecterende pro? En een bemoedigende reactie zou ook wel gezellig zijn. Of mag dat niet op LinkedIn, gezellig?

Vooralsnog blijft het deprimerend stil. En stil. Jeetje wat sip. Ik krijg er allemaal waanideeën van. Inmiddels hebben toch al heel veel mensen mijn bericht gelezen. Waarom zeggen ze dan niks? Mijn Netwerk doet helemaal niet aardig. Volgens mij leest Mijn Netwerk mijn berichtje en denkt het ‘HAHA weer een werkloze, ik heb lekker wel werk!. Of misschien is Mijn Netwerk druk met andere dingen, zoals.. Werk. Zij wel.

Als ik na 2 uur nog 0 reacties heb, ga ik pruilend wat anders doen.

Savonds kijk ik nog een keer. Ja! Mijn Netwerk is tot leven gekomen! Ik heb wat ‘likes’ en een lieve reactie van een oud collega. En mogelijk nog interessanter: een berichtje van iemand uit Mijn Netwerk dat ik ‘hem moet bellen’. Spannend….

 

 

BatsApp en echte vriendschap

De meeste wijsheid vind je in de kroeg, blijkt ook vanavond weer.

Sanne, Sylvie, Geert en ik zitten met z’n vieren knusjes om een houten tafel in een bruine kroeg. Als vanouds in onze studentenstad Wageningen. Ik hou van Wageningen. En van mijn vrienden. Met onze hoofden dicht bij elkaar ouwehoeren we over bier, werken, ons seksleven, ouder worden en WhatsApp.

(meer…)

..Maar het leek me gewoon zo leuk!

Slepend met een grote tas boodschappen kom ik ons appartementje binnen, als ik mijn op tafel liggende telefoon hoor gaan. Met mijn jas nog aan maak ik een duik en weet net op tijd op te nemen. Het is mijn lieve recruiter Mieke en zodra ik haar stem hoor, weet ik het al.

“Maaike, ik heb de terugkoppeling van onze klant. Je hebt een mega goede indruk gemaakt en ze hebben er heel lang over gesproken… Maar ze gaan in zee met één van de meer ervaren kandidaten”

Shit. Hoewel ik deze natuurlijk had kunnen zien aankomen, voel ik toch een flinke steek van teleurstelling. Het gesprek ging dinsdag zó lekker. Hoewel ik aan tafel bleek te zitten met het best intimiderende panel van directeur, commercieel directeur én P&O voelde de sfeer prima aan en kwam ik, al zeg ik het zelf, goed uit de verf. Oké, tijdens het gesprek werd behoorlijk duidelijk dat ik qua kennis van de sector het één en ander bij te spijkeren had… Maar desondanks ging ik happy weg.

“Ze wilden je echt heel graag hebben”, vervolgt Mieke. “Er is zelfs nog intern gekeken of ze je een ander aanbod konden doen, maar daar is het bedrijf te klein voor. Eerlijk waar Maaike, volgens de directeur sprong je eruit qua persoonlijkheid. Maar de andere kandidate had al een PhD gedaan, al jaren werkervaring in de sector.. Dat is voor hen nu de meest veilige keuze.”

Ze heeft natuurlijk gelijk. Ik wist zelf ook al wel dat ik kansloos was tegenover kandidaten met veel meer ervaring. Ik had alleen de stille hoop dat die anderen gewoon zo beroerd zouden communiceren dat ik op dat vlak alles goed kon maken, maar helaas.

Ik baal flink, al is het een schrale troost dat ik het heb afgelegd tegen een mega ervaren PhD’er. Daarnaast natuurlijk leuk om te horen dat ik niet de enige was die het gesprek als prettig heeft ervaren. Sterker nog: Mieke vertelt dat de directeur vond dat ik heel volwassen en senior-achtig overkwam. Ha! Heeft die peptalk aan mezelf in de auto toch effect gehad.

“…. En omdat wij zo over je te spreken zijn, wil ik je een ander aanbod doen”, hoor ik Mieke zeggen. Ik ben meteen weer één en al oor. Wat zegt ze? Wil ze me een baan als recruiter aanbieden?

“We willen verder voor je kijken in de markt en jou profiel tegen wat functies aanhouden. Voor ons eindigt het hier niet! Vind je het goed als ik daar volgende week bij je op terug kom?”

Natuurlijk vind ik dat goed. Graag!

Na afronding van het gesprek blijf ik even stil zitten. Daar zit ik dan, met mijn o zo geweldige persoonlijkheid, maar zonder baan. Lekker is dat. Zo snel als je in een achtbaan van kansen wordt meegesleept, zo snel lig je er ook weer uit. Maar het heeft me wel een positieve ervaring opgeleverd. Blijkbaar was dit het niet voor mij. Op naar de volgende kans, baan, sollicitatie!

Maar nu…heb ik eerst even behoefte aan een groot stuk chocola en een dikke knuffel van Joris.

Solliciteren: ervaring versus skills

Ik knijp mijn ogen tot spleetjes tegen de zon en laat het gas even los. Ik bevind me ergens op de A50 en kruip met een slakkengangetje tussen 2 vrachtwagens geklemd over de rechterbaan. Een hoogst ongebruikelijke situatie, omdat ik niet zo goed ben in langzaam rijden waar het ook harder kan. Geduld is niet mijn sterkste punt.

Maar nood breekt wet: ik ben op weg naar een sollicitatie en ik ben veel te vroeg. Om de reis een beetje te rekken leek het me een goed idee om achter een vrachtwagen te gaan rijden. Vooralsnog levert het echter vooral meewarige blikken en weinig minuten extra reistijd op.

Terwijl ik verlangend naar links kijk, waar allemaal auto’s voorbij schieten, denk ik na over het aanstaande gesprek. Ik kan eigenlijk nog steeds maar amper geloven waar ik naar op weg ben.
Het begon allemaal met mijn kennismaking met de recuiter van vorige week. Waar ik nieuwsgierig maar ook met enige reserves het gesprek inging, werd ik al gauw omhuld door een zinderende wolk van enthousiasme. Ik grinnik in mezelf als ik het gesprek voor de geest haal. Zo’n leuk sollicitatiegesprek heb ik nog nooit gehad.

Na wat wederzijds gebabbel met de enorm aardige recruiter raakte ik steeds enthousiaster over de functie en zij steeds enthousiaster over mij. Uiteindelijk mondde ze uit in zo’n een enorme lofzang over mij en ‘mijn competenties’, dat ik bijna het gevoel begon te krijgen dat ze me met een ander persoon verwarde. Ik bedoel, ik ben best een aardige meid, maar heb nooit echt aan mezelf gedacht in termen van ‘enorm empathisch vermogen’ en ‘natuurlijke gunfactor’.

“Ze had eigenlijk eens met Joris moeten gaan praten als ik ongesteld ben”, gniffel ik. “Die kan dan nog wel een boekje open doen over mijn empathisch vermogen”.

Daarnaast maakte ik me wat zorgen over de feiten, zoals dat ik eigenlijk te weinig werkervaring heb en al helemaal niet veel in de betreffende branche. Dit alles liet haar echter volstrekt koud. Toen ook nog bleek dat 4 dagen per week werken bespreekbaar was, was de zaak snel beklonken: ik werd voorgesteld als kandidaat aan het bedrijf en mocht op audiëntie komen.

En daarom rij ik nu dus hier: strak in het pak, haren netjes vast, tot in de puntjes voorbereid. Zenuwachtig maar ook enthousiast, want eerlijk is eerlijk: het lijkt een super vette baan. Die ik volgens mij ook wel kan. Qua competenties dan. Maar is dat genoeg om mezelf overtuigend te presenteren?

Met een licht hysterisch lachje zie ik een scenario voor me van mij tegenover 2 chagrijnige mannen, die me meewarig aan de tand voelen over ‘mijn kennis van de sector’.
“Zo jongedame, en hoe denk jij dat wij op korte termijn een kostprijs reductie kunnen realiseren?”
“Nou meneer, dat weet ik ook allemaal niet. Maar ik kan u wel van alles vertellen over mijn enorme empathische vermogen?!”

Ik lach hardop en trap snel op de rem, omdat ik al genietend van mijn binnenpretjes bijna bovenop de vrachtwagen rijd. Oeps .De navigatie piept: we zijn bij ‘mijn’ afslag. Mijn 80 km/h actie heeft de reis met precies één hele minuut  verlengd.

Ik geef richting, sla af en geef een dot gas. Langzaam rijden is niet mijn ding. En afwachten ook niet. Ervaring of geen ervaring, ik weet prima wat ik kan en waar ik naartoe wil. Als je iets wil bereiken moet je ook bereid zijn om je nek uit te steken.

Dus kom maar op met alle moeilijke vragen.. Ik ben er klaar voor!

 

 

 

 

 

 

WhatsApp stress

Het is een willekeurige donderdagavond en ik zit met Bennie in de kroeg. Boven een stinkende pizza shoarma (Bennies idee, dat komt ervan als je met je mannelijke vrienden uit eten gaat) kletsen we bij. Ik heb net een verhaal afgestoken over thuiskom stress: net weer in Nederland zijn we ongekend populair en we verzuipen in de afspraken.

(meer…)

‘Uw profiel sluit goed aan op de volgende functie..’

“Oke, helemaal goed, tot dan!”

Ik hang op en blijf even verdwaasd naar mijn telefoon staren. Gebeurt dit echt? Ik maak dan wel graag grapjes over ‘recruiters die me bellen om me een fantastische baan aan te bieden’, maar ik had er nog nooit daadwerkelijk 1 aan de lijn. Tot vandaag.

Ik haal mijn hand door mijn haren. Ons leven ‘na de reis’  begon net weer zijn normale vorm te krijgen. Na het aanvankelijke gekkenhuis zijn weer op de rit: de was is weggewerkt, de tassen zijn uitgepakt, ons sociale leven weer opgepakt en Twinkel ligt weer te spinnen in zijn bakje. Business as usual.

Vanochtend is Joris al gapend in alle vroegte vertrokken naar zijn eerste werkdag sinds drie maanden. Ik zit dus in een rustig huis en gebruik deze ‘gewone’ dag om werk gerelateerde dingen op een rijtje te zetten: linkedin profiel updaten, oud collega’s bellen. Mijn gedachten ordenen over mijn ondernemende plannen. Ik hang net een oud collega op die enthousiast belooft om me in contact te brengen met een start-up coach, als mijn telefoon weer gaat.

Een recruiter, zo blijkt, die bij mij terecht is gekomen na een verwijzing van mijn lieve vriendinnetje Sylvie. En iemand zoekt voor een functie die leuk klinkt. Een functie die bij mij zou kunnen passen. Of ik interesse heb om hierover door te praten?

Verward schud ik mijn hoofd. Het is echt niet te geloven. Het afgelopen half jaar heb ik geregeld vacatures bekeken. Oriënterende gesprekken gevoerd. Stond ik heel erg open voor een nieuwe baan ‘na onze reis’, maar kwam ik weinig leuks tegen. Nu zijn we net terug, zit ik vol plannen en ideeën.. En krijg ik ineens dit telefoontje.

Mijn hersenen maken overuren terwijl ik het zojuist gevoerde gesprek in mijn hoofd nog eens doorloop. Opzich zoek ik wel een baan, want van mijn leuke ondernemende idee kunnen wij onze huur (nog) niet betalen. Daarbij wil ik ook graag weer aan de slag. Maar ik had me wel een beetje ingesteld op een paar weken rustig zoeken en praten, zodat ik daarnaast serieus kan kijken of mijn eigen bedrijf meer is dan een leuk idee. En het liefst wil ik een baan voor maximaal 4 dagen per week, om ook mijn andere dromen tijd en aandacht te blijven geven.

De functie waar de recruiter me over belde klonk niet als iets voor 4 dagen.  Een mooie functie, maar ook een pittige. Een uitdaging, full-time. Niet iets waarnaast je ‘even’ een eigen bedrijf opzet. Is dit wat ik nu wil? Raak ik nu, nog maar amper terug in Nederland, gelijk in een enorm luxe probleem verzeild waarbij ik moet kiezen tussen twee niet verenigbare toekomst scenario’s?

‘Ach’, spreek ik mezelf streng toe, ‘Misschien valt er best een mouw aan te passen. En met 1 keer met een recruiter praten ben je nog niet aangenomen. Misschien wordt het überhaupt helemaal niks, vind je het niks. Of vinden ze jou niks.’

Na deze opbeurende woorden aan mezelf sla ik mijn agenda open. Later deze week ga ik op gesprek en daarna zien we wel weer. Nu alleen nog even bedenken wat ik aantrek…

The best way to do it…

Met mijn heup probeer ik de slaapkamerdeur open te duwen, daarbij de overvolle wasmand moeizaam tegen me aan klemmend. Door de kier van de deur zie ik een stukje van de gang, die bezaaid is met schoenen,tassen en stapels papier. Uit de woonkamer komt een aanhoudend gezoem: iemand probeert al enige tijd om mij of Joris te bereiken. ‘Maaik’, schreeuwt Joris uit de badkamer, ‘gaan we nou zo de auto’s ophalen of wordt dat toch morgen?!’

Home sweet home. Na 3 maanden wereldreis zijn we weer thuis en het dagelijks leven komt als één grote stortvloed op ons af. Ik was, in de luxe en rust van idyllische eilandjes en uitgestrekte woestijnen, een beetje vergeten hoe overweldigend het Nederlandse leven kan zijn. We zijn terug, en we draaien ‘dus’ weer gelijk op volle toeren mee.

Met een steekje van heimwee denk ik terug aan vorige week, toen we nog heerlijk in New York zaten en ons leven enkel werd bepaald door de vragen ‘wat gaan we doen vandaag’ en ‘wat gaan we vandaag eten’. Thuiskomen is leuk, maar ook weer even wennen.

Nadat het me is gelukt heelhuids met was en al bij de wasmachine  te komen, zet ik de was aan en loop terug door de gang. Mijn oog valt op een stuk papier dat uit mijn reistas piept. Ik trek het eruit, bekijk het en glimlach.Op reis heb ik wat krabbels gemaakt met ideeën voor een eigen bedrijfje.

Ik heb altijd al willen ondernemen. Als kind struinde ik de straten af om de buren mijn zelf bedachte koopwaar (bv bloemen geplukt uit hun eigen tuin- dat zei ik er dan niet bij) aan te smeren.
Later maakte ik als studente plannen om met een vriendin een eigen schoenenlijn op te zetten. Ik had grote voeten – Zij een studie bedrijfswetenschappen, en daarmee was ons idee geboren. De plannen bleven altijd plannen: luchtbellen die even groot werden opgeblazen, maar daarna langzaam wegwaaiden in de drukte van alledag.

Sinds deze zomer heb ik weer zo’n plan. Het ontstond in de zomervakantie en bleef hangen. De afgelopen reis heb ik het plan regelmatig besproken, overdacht en verder opgepoetst. De krabbels op het briefje geven aardig weer wat ik voor ogen heb.

Onderaan het briefje heb ik een citaat geschreven dat ik uit de Amerikaanse Cosmo heb opgeduikeld. In de Cosmo stond, hoe toepasselijk, een stuk over succesvolle vrouwelijke ondernemers en één van hen citeerde Amelia Earheart: “The best way to do it… Is to do it’.

Ik staar even naar het papier. Dromen zijn prachtig, maar het is zo makkelijk om je frisse plannen weer te vergeten…Te laten verdwijnen in een zee van ‘ja maar’ en ‘geen tijd’. En zeker als je een perfectionistje bent als ik, is er altijd een reden om niet te beginnen.

Joris loopt de gang in. ‘Wat doe jij nou? Ik wacht op je!’. Ik werp hem een lachje toe en steek  het papier in mijn zak. Als je net thuis bent gaan de praktische dingen voor. Maar deze droom.. is nog niet vergeten.