Vijf plekken om bij weg te dromen

VIJF PLEKKEN OM BIJ WEG TE DROMEN

Hoe mooi is de wereld als je reist? Als je kunt dromen, ontdekken, verwonderen, denken, lachen, eten, genieten? Onze reis door Zuid- en Noord Amerika was één van de beste dingen die ik mijn leven heb gedaan. Ook nu we terug zijn in Nederland geven alle herinneringen en ontstane dromen ons dagelijks leven inspiratie. En denk ik nog hééél vaak met een glimlach terug.

Reizen jullie mee langs deze 5 droom momenten (in willekeurige volgorde)?

(meer…)

Top 10: Hoe houd je werkeloos zijn leuk?

Zonder werk zitten betekent veel thuis zitten. En ik weet niet hoe dat voor jullie is, maar als ik veel alleen thuis ben dan kan dat vrij funest zijn voor mijn levensvreugde.

In het algemeen ben ik goed in alleen zijn. Brieven schrijven, eten, lezen, bellen, de was ophangen, heerlijk. Maar na de eerste nieuwige maand merk ik dat ik me met vlagen een beetje wereldvreemd begin te voelen. Vooral op dagen zonder afspraken, waarin de hele wereld schijnbaar belangrijke dingen aan het doen is maar ik niet.

Gelukkig is de oplossing nabij!  Zie hier de Top 10 Hoe houd ik werkeloos zijn leuk:

(meer…)

Keep calm and believe in your dreams

Op onze drie fantastische maanden wereldreis heb ik een hoop mooie dingen gedacht en gedroomd.

Je hebt tijdens drie maanden reis nu eenmaal best veel tijd voor dromen. In de bus door Argentinië, aan het zwembad op ons bounty Island in Brazilië en rijdend door de uitgestrekte woestijn van Nevada.. Ik keek naar buiten, naar al het natuurschoon, en ik dacht na.

Over ons leven in Nederland. Het punt waar we stonden in ons leven. Over mijn vader, over waar ik blij mee was en over wat anders kon. Over mijn dromen en verwachtingen

Dat gaf soms leuke inzichten en onverwacht diepzinnige gesprekken. Ik weet nog goed dat we door de Death Valley reden en dat ik aan Joris vroeg: ‘Waar ben jij het meest trots op dat je hebt gedaan in je leven?”
Joris rolde met zijn ogen. Zoals de meeste mannen kan ik hem vaak niet warm krijgen voor moeilijke filosofische vraagstukken. Maar terwijl ik de verwachting op een diepzinnig antwoord al opgaf en weer uit het raam keek, zei hij ineens: ‘Op deze reis’.
Ik keek op. ‘Dat we dit nu gewoon aan het doen zijn’ vervolgde hij. ‘Ondanks alle mitsen en maren, de praktische bezwaren en de onzekerheid bij terugkomst. Weet je van hoeveel mensen ik heb gehoord dat ze het zo stoer van ons vinden?’.
Ik was even stil van dat mooie antwoord. Hij had gelijk. Ik besefte me dat niet zo, maar de keuze om ‘zomaar’ 3 maanden weg te gaan en thuis alles achter te laten was best een spannende. En we gingen niet over één nachtje ijs: de voorbereiding en alles wat erbij komt kijken heeft ons maanden gekost. Maar we hebben het maar wel mooi gedaan. Ik gaf Joris een blij kusje op zijn wang en was samen met hem trots op ons.

Nu zijn we alweer anderhalve maand terug in Nederland en moet ik ineens denken aan dat gesprek. Ik ben de laatste weken als een gek bezig met het vinden van een baan. Ik heb eigenlijk weinig oog van andere dingen. Gun mezelf niet veel rust.

‘Waarom eigenlijk?’ vraag ik me af. ‘Natuurlijk wil ik graag weer werk, maar waarom sla ik ineens zo door? ‘

Voor we op reis gingen wist ik dat ik geen werk zou hebben als ik terugkwam. Toch gingen we. Want we geloven in het volgen van dromen en het kijken naar wat op je pad komt. In doen waar je goed en bent en waar je gelukkig van wordt, zonder je af te laten remmen door alle praktische bezwaren.

Nu ben ik koud terug in Nederland, en merk ik dat ik de neiging heb om de zoektocht naar een nieuwe baan mijn hele leven te laten bepalen. Dat ik mezelf van alles opleg: ik ben nou eenmaal een doordrammertje en nog perfectionistisch ook. Als ik me ergens in vastbijt, moet het snel en nu en perfect. Daardoor ben ik nu zo fanatiek op zoek, dat ik mezelf geen droom tijd meer gun.

Tijd voor een stukje bezinning. Wat hadden we nou bedacht op reis? Had dat niet te maken met het goed verdelen van tijd en aandacht en ons niet van de wijs laten brengen door het Nederlandse ‘moeten’? Natuurlijk ben ik goed bezig door actief op zoek te zijn naar werk, maar bestaat het leven niet uit meer dan dat? Onze reis was het allermooiste wat ik in mijn leven heb gedaan. Door wat we allemaal hebben gezien, maar nog veel meer omdat het me de mogelijkheid gaf om weer fris en onbevangen te dromen.

‘Vergeet die dromen niet Maaik’, zeg ik streng tegen mezelf. ‘Van de hele dag krampachtig op banenjacht zijn wordt niemand beter. Dan heb je nu nog maar even geen werk, so what?’
Ik heb er alle vertrouwen in dat dat wel komt. En tot die tijd is er nog zoveel meer moois om mijn dagen en leven mee te vullen.

En daar ga ik nu eens even rustig overna denken. In het bos, op de rug van een paard.

Functie: sollicitant

Aantal verstuurde sollicitatiebrieven: 8. Aantal afwijzingen: 2. Aantal open sollicitaties: 3. Aantal gevoerde sollicitatie gesprekken: 2. Aantal telefoontjes met mensen die ik al dan niet ken en die baan tips hebben: 20-30. Aantal maal gebeld door mensen via LinkedIn die me misschien in dienst willen nemen: 2. Aantal maal gebeld door recruiter om me een fantastische baan aan te bieden: 1. Aantal maal dat fantastische baan via recruiter op niks uit liep: 1. Aantal maal nalopen van vacature sites en LinkedIn: 18000x (minimaal).

Jemig. Je knippert één keer met je ogen en dan blijkt het ineens bijna mei te zijn. Dat betekent dat het ruim 5 weken geleden is dat Joris en ik door de straten van New York slenterden, dat mijn vader nu echt een jaar dood is en dat ik alweer een maand op zoek ben naar werk.

Vanavond zit ik met Sylvie cocktails te drinken in de stad op Koningsnacht (houden we allebei eigenlijk niet van, maar het bleek het ineens te zijn) en vertel ik haar over hoe alles gaat. En niet gaat. Want ondanks mijn verwoede inspanningen en gesprekken hier en daar, is de baan van mijn dromen nog geen feit.

Ik vertel, we drinken en Sylvie grijnst: “Zo te horen word jij al een hele sollicitatie expert. Als ik ooit moet solliciteren, ga ik bij jou in de leer”.Ik moet ook lachen. In zekere zin heeft ze gelijk: een baan zoeken is best leerzaam. Nu we het er zo over hebben, zou ik best een lijstje wat-ik-leer-nu-ik-solliciteer kunnen maken. Inclusief voorbeelden hoe het (niet) werkt:

1.Overwin je bel angst

Een veel gehoord cliché: ‘als je op een vacature gaat reageren, moet je altijd eerst bellen’. Ja leuk, maar waar moet ik over bellen dan? En als ik gewoon een hele mooie brief schrijf, hoeft dat toch helemaal niet?

Geloof mij: bellen helpt. Het helpt als mensen je stem horen, als ze een beetje gevoel bij je krijgen.  Ik heb nu een lijstje met vragen waar ik me geen buil aan kan vallen, zoals ‘Hoe is de vacature ontstaan?’, ‘In wat voor team kom ik te werken? ‘ en ‘Hoe is de procedure?”. Daarnaast probeer ik altijd iets inhoudelijks te bedenken, om te laten zien hoe geweldig geschikt ik ben voor de baan. Dat lukt niet altijd: toen ik 3 jaar geleden op zoek ging naar mijn eerste baan, kreeg ik een chagrijnige P&O mevrouw aan de lijn  die op mijn vraag over de  functie fijntjes opmerkte ‘Ja, als je dat überhaupt moet vragen…”. Auw. Maar meestal werkt het wel en helpt het je in ieder geval om een mooie brief te schrijven.

2. De kracht van ik-ken-iemand-die-jij-ook-kent

“Ja hallo, u spreekt met Maaike X, ik heb uw naam doorgekregen van Pietje Puk..’

Ik bel met de eigenaar van een bedrijf waar misschien een functie vrij is. Ik ken het bedrijf en de eigenaar niet, maar heb de tip gekregen om hem te bellen van een collega van Sylvie. Nu bel ik dus iemand die ik niet ken, via iemand die ik ook niet ken. Geeft allemaal niks: zodra meneer hoort via wie ik bel roept hij blij ‘Ah Pietje Puk, die ken ik heel goed!’ en is één en al oor. Hij vraagt niet hoe ik Pietje Puk ken, dus houd ik het ontbreken van enig relevant contact tussen mij en Pietje Puk wijselijk stil. Ik merk wel vaker dat een naam noemen erg helpt. Als ik ergens heen ga bellen check ik daarom altijd even of ik iemand ken, die het bedrijf weer kent. En dat mag ook een collega van een collega zijn.

3. Netwerkt

Ik heb nu 8 brieven geschreven op ‘gewone vacatures’, en dat heeft me tot nu toe 2 afwijzingen en 6 ‘weet nog niet’ opgeleverd. Daarentegen ben ik beide keren dat ik via bekenden getipt werd voor een functie ook uitgenodigd voor een gesprek  én ben ik na mijn LinkedIn oproepje benaderd door contact Henk. De definitieve baan is er nog niet, maar tot nu toe kan ik zeggen.. Netwerken werkt

4. Solliciteren is vermoeiend

Het zoeken naar vacatures. De eindeloze telefoontjes. Het brieven schrijven. De euforie als ik beet heb en op gesprek mag. Dan voorbereiden. Verdiepen in het bedrijf, potentiële vragen, nadenken over kleren. Zenuwen. Slecht slapen. Uiteindelijk the big day: vroeg op, nog even de aantekeningen doorlezen. Nog een keer alle spullen checken. Veel te vroeg in de auto, wachten op het parkeerterrein om de hoek. Dan naar binnen: loop ik recht? Lach ik lief? Zit mijn haar nog goed? Uiteindelijk HET gesprek. Glimlachen, opletten, luisteren, slimme dingen zeggen. Aandachtig formuleren. Vinden ze het nou goed wat ik zeg, of niet? En wat vind ik zelf eigenlijk van deze baan? Terug naar huis, met geen flauw idee wat het vervolg zal worden. Dus na thuiskomst dat pak uit en toch maar weer even naar nieuwe vacatures kijken…

De hele achtbaan rondom een sollicitatie is zenuwslopend. Niet alleen door het sollicitatie proces an sich, maar ook het spelletje in mijn hoofd: ‘Als ik deze baan krijg, kunnen we verhuizen naar dat ene dorp en een koophuis en een hond nemen. En heb ik volgende maand weer geld dus kan ik misschien lekker weg met Joris of mijn vriendinnen. Maar laat ik daar nu niet aan denken want dan valt het straks weer zo tegen..’ Dodelijk vermoeiend. Solliciteren is weinig anders dan een veeleisende en slechtbetaalde baan.

 Al pratende komt de bodem van onze tweede cocktail in zicht. “Ik vind het eigenlijk wel leuk allemaal”, besluit ik, ‘Maar het gaat echt niet vanzelf. Het ene moment heb je 4 potentieeltjes en is alles helemaal leuk, het andere moment krijg je4 afwijzingen. Je kunt je nergens op instellen, dat is lastig’. Sylvie knikt begrijpend. ‘Nou, volgens mij ben je heel goed bezig’, zegt ze lief. En dat denk ik zelf stiekum eigenlijk ook wel. Nu alleen nog een baan..

Dat ik je mis

Ik klap geërgerd mijn computer dicht en plof op de bank, terwijl ik in één beweging mijn boek en de schaal paaseitjes naar me toe trek. Ik begin aan het folie van een eitje te prutsen, zucht, leg het half uitgepakte eitje terug en loop naar de muur.

Vanuit zijn fotolijst lacht papa me lief toe.

Het is een gewone, rustige ochtend waarin ik de gebruikelijke sollicitatie dingen doe, maar vandaag kan ik mijn draai niet vinden. En natuurlijk weet ik best hoe dat komt. Aanstaande zondag is papa precies een jaar overleden en al heb ik niks met symbolisch verdrietige data, toch kan ik niet ontkennen dat het me bezighoudt.

Een jaar. Wat is een jaar? Gisteren appte ik even met mijn vriendin Samantha en zij zei heel treffend: ‘Jeetje ja. Een jaar pas/al’. En zo is het.

We zijn bijna een heel jaar verder en het was een jaar vol tegenstrijdigheden. Een intens verdrietig jaar, maar ook een prachtig jaar. Een jaar waarin ik nóg meer van Joris ben gaan houden, meer dan ooit de kracht van vriendschap en familie heb ervaren en waarin ik tijdens onze prachtige wereldreis papa altijd dichtbij voelde.

Nu ik hier naar papa’s foto sta te staren, komen echter even alleen de momenten van precies een jaar geleden terug. De tijd dat papa te ziek was om te leven, maar te sterk om op te geven.

Ik denk aan de dagelijkse ritjes naar mijn vaders huis terwijl hij elke dag zwakker werd. Bijna niet in staat om te bevatten wat onvermijdelijk aan het gebeuren was, in een roes, mijn tranen verbijtend. Het afschuwelijke wachten, papa’s onsamenhangende zinnen en de gefluisterde gesprekken met de dokter in de keuken.
De ravage in ons huis omdat we uitgerekend toen midden in een verhuizing zaten. ‘Savonds dozen vullen met onze gedachten ergens anders. Uiteindelijk de verhuisdag, waar ik ondanks alles graag zelf bij wilde zijn, en dan midden in de kamer van ons nieuwe huisje het telefoontje van papa’s vrouw Mireille: “Maaike… Ik denk dat papa er niet meer is”.
Tranen, trillen, leegte, paniek. Verdoofd op de bank, met vriendinnen om me heen. De gehaaste autorit met Joris, die kort en eindeloos lijkt te duren. Papa in bed. Stil. Zijn hand  die een stukje onder de dekens uit piept. Hoe ik kijk en kijk en hem niet meer zie. Mijn papa, al ver weg. En later hoe hij ligt in zijn kist, mooi aangekleed in zijn jasje en het roze blokjes overhemd. Vredig, maar veel te stil.

De uitvaart, die ineens zo warm is. De mensen ,de knuffels, liefde voor papa. Papa’s koor dat voor hem zingt, Mireille die prachtige dingen zegt, mijn broertje Rutger die saxofoon speelt. Ik, die perse iets wil zeggen, iets MOET zeggen. En verdomd, het lukt!

De onwerkelijkheid van de weken erna, die al snel maanden worden. Ontelbare fantastische kaartjes, berichtjes, telefoontjes, bezoekjes. Hoe soms tussen het verdriet een spoortje opluchting piept: na jaren van vechten en wachten is de pijn en onzekerheid nu weg. Om daarna weer plaats te maken voor een alles overheersend missen.

We zijn nu bijna een jaar verder en het leven gaat door. Ik ga door, sterker en gelukkiger dan ik ooit had kunnen denken. Zachtjes veeg ik mijn wangen droog en lach naar mijn vader op de foto. Hij is dan wel dood, maar heeft me een geweldig kado gegeven: vertrouwen in de toekomst. De week na zijn overlijden vond ik een gedichtje dat ik op de uitvaart heb voorgelezen. Een gedichtje dat mijn vader me als klein meisje gaf en eindigde met:

“Wees jezelf, durf te leven ,
Is wat ik je mee wil geven.
Dan, mijn Maaike zullen je dromen,
Je leven zijn. Niet in te tomen”.

Sinds papa’s dood probeer ik ernaar te leven.

Ik loop terug naar de computer. Later deze week heb ik een nieuw sollicitatiegesprek op de planning staan, waar ik zin in heb en goed voorbereid naartoe wil. Ook in een verdrietige week gaat het leven gewoon door.

Ik knipoog naar mijn vaders foto. “Ja paps, ik ga alweer aan de slag” , mompel ik hardop. “Maar krijg ik dan wel een beetje vaderlijke hulp van bovenaf?”

 

With a little help from my friends..

“Ja hallo, Maaike hier, ik heb een afspraak met een paar oud-collega’s!’ schreeuw ik in het paaltje voor de slagboom. Even hoor ik alleen gekraak, dan zwaait de slagboom open. Ik rijd het parkeerterrein op. Voorheen kwam ik hier binnen door met mijn parkeerpasje te zwaaien, maar die is bij beëindiging van mijn contract –uiteraard- in beslag genomen.

Ik ben vandaag op bezoek bij mijn oude werkgever. De afgelopen twee jaar heb ik met veel plezier als junior adviseur gewerkt. Eind vorig jaar liep mijn twee jarige consultancy traineeship af  en moest ik weg. Dat was een vooraf vaststaand gegeven – ik ben er niet uit gewerkt omdat ik er een rommeltje van had gemaakt- en het is dan ook leuk om hier weer even terug te zijn.

Toch een beetje ongemakkelijk loop ik de trap op. Ik hoop niet dat iedereen me alweer vergeten is, dat zou nogal gênant zijn. Gelukkig kom ik gelijk na binnenkomst al een paar van mijn lievelings oud-collega’s tegen en de rest van de dag gaat voorbij in een roes van bijpraten, thee drinken, lunchen en bijpraten.

Ik heb onder andere een afspraak met mijn ex-baas. Hoewel hij me helaas geen nieuwe baan aanbiedt (Wanneer houd ik nou eens op met te denken dat de hele wereld me banen aan gaat bieden?), is het leuk om weer even bij te praten. Hij benadrukt dat hij me zo weer aan zou nemen als er werk was en dat hij graag referent wil zijn bij andere sollicitaties.

Daarna hebben we het nog even over wat ik eigenlijk zoek. Omdat ik twee studies heb gedaan, te weten Dierwetenschappen en Marketing, heb ik bij mijn oude werkgever zowel projecten richting agrofood marketing als dierenwelzijn en dierlijke productie gedaan. Bij voorkeur ga ik nu door in een functie waar ik marketing en innovatie kan combineren met de agrofood sector. Maar los van de branche en inhoud gaat het me ook om het gevoel: ik wil blij worden van mijn toekomstige baan.

Na afloop spreek ik nog wat andere oud-collega’s. Wat zijn het toch schatten. Iedereen is even bemoedigend, geïnteresseerd en lief. Daarnaast krijg ik meerdere tips over vacatures en namen van contactpersonen bij bedrijven. Leuk leuk!
Opgewekt stap ik een paar uur later weer in de auto. Wat geeft het een heerlijk gevoel als je weet dat mensen met je meedenken.

Ik heb toch al zo’n leuke week. Zo kreeg ik van 3 verschillende vrienden mailtjes met tips over vacatures en belde ik met mijn LinkedIn contact Henk. Na zijn spannende verzoek dat ik hem ‘even moest bellen’ had ik gisteren daad bij woord gevoegd en Henk gebeld. Henk bleek mede-eigenaar te zijn van een familiebedrijfje dat internationaal werkt in de agrarische sector. En hij zocht een nieuwe werknemer. Of ik daar eens over na wilde denken..

Ik neem alles wat ik heb gezegd over Mijn Netwerk terug. Ik hou van Mijn Netwerk. Hoe geniaal zou het zijn als ik via één van mijn vrienden, oud collega’s of LinkedIn aan de baan kom?

I tell you this: diegene die mij aan het werk helpt, krijgt een dikke vette knuffel en een etentje!

Mijn Netwerk en de LinkedIn etiquette

Goed. Ik heb dus toch geen fantastische baan in mijn schoot geworpen heb gekregen en dat betekent… Dat ik weer aan de bak moet.

Omdat ik de afgelopen weken alle geijkte dingen, zoals vacature sites aflopen en mensen bellen al heb gedaan, lijkt het me nu tijd voor een iets grootsere actie. Ik ga mijn werkloze status communiceren aan Mijn Netwerk.

Mensen doen altijd heel gewichtig over Hun Netwerk. Dat snap ik wel: het is best cool als je allemaal belangrijke mensen ‘kent’. Vooral als ze je dan ook nog leuke banen kunnen bezorgen.
Ik ben dan ook erg tevreden met het feit dat Mijn Netwerk zich in mijn werkzame jaren bijzonder goed heeft ontwikkeld. Een blik op LinkedIn leert me dat ik op dit moment maar liefst 460 mensen “In Mijn Netwerk”heb, om nog maar niet te spreken van mijn 123 volgens op twitter. Omdat velen van hen werkzaam zijn in mijn branche, de agrofood sector, biedt dat in theorie dus ongekende mogelijkheden.

Ik besluit Mijn Netwerk onmiddellijk op de hoogte te stellen van mijn werkzoekende status. Eigenlijk vind ik dat niet zo leuk, want expliciet zeggen dat je OP ZOEK bent naar werk klinkt toch een beetje wanhopig. Maar goed: naast de telefoon wachten tot mijn recruiter terugbelt kan wel eens een langdurige exercitie worden. ‘Bovendien kunnen mensen pas aan je denken als ze weten dat je beschikbaar bent’, spreek ik mezelf streng toe.

Dus pruts ik wat met een geniale tekst, bel nog even met oud-collega en vriendin Jackie voor wat goede tips en slinger dan mijn “JOEHOE IK ZOEK WERK” oproepje via LinkedIn en twitter de wereld in.

-Ow werkgevers en spannende banen, kom tot mij! –

De uren erna check ik elke 5 minuten LinkedIn. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik verwacht, want de etiquette rondom status updates op LinkedIn is voor mij een beetje een grijs gebied. Mag ik verwachten dat Mijn Netwerk mijn status ‘interessant vindt’, het equivalent van “like’ op facebook? Of doe je dat niet als jezelf respecterende pro? En een bemoedigende reactie zou ook wel gezellig zijn. Of mag dat niet op LinkedIn, gezellig?

Vooralsnog blijft het deprimerend stil. En stil. Jeetje wat sip. Ik krijg er allemaal waanideeën van. Inmiddels hebben toch al heel veel mensen mijn bericht gelezen. Waarom zeggen ze dan niks? Mijn Netwerk doet helemaal niet aardig. Volgens mij leest Mijn Netwerk mijn berichtje en denkt het ‘HAHA weer een werkloze, ik heb lekker wel werk!. Of misschien is Mijn Netwerk druk met andere dingen, zoals.. Werk. Zij wel.

Als ik na 2 uur nog 0 reacties heb, ga ik pruilend wat anders doen.

Savonds kijk ik nog een keer. Ja! Mijn Netwerk is tot leven gekomen! Ik heb wat ‘likes’ en een lieve reactie van een oud collega. En mogelijk nog interessanter: een berichtje van iemand uit Mijn Netwerk dat ik ‘hem moet bellen’. Spannend….

 

 

BatsApp en echte vriendschap

De meeste wijsheid vind je in de kroeg, blijkt ook vanavond weer.

Sanne, Sylvie, Geert en ik zitten met z’n vieren knusjes om een houten tafel in een bruine kroeg. Als vanouds in onze studentenstad Wageningen. Ik hou van Wageningen. En van mijn vrienden. Met onze hoofden dicht bij elkaar ouwehoeren we over bier, werken, ons seksleven, ouder worden en WhatsApp.

(meer…)

..Maar het leek me gewoon zo leuk!

Slepend met een grote tas boodschappen kom ik ons appartementje binnen, als ik mijn op tafel liggende telefoon hoor gaan. Met mijn jas nog aan maak ik een duik en weet net op tijd op te nemen. Het is mijn lieve recruiter Mieke en zodra ik haar stem hoor, weet ik het al.

“Maaike, ik heb de terugkoppeling van onze klant. Je hebt een mega goede indruk gemaakt en ze hebben er heel lang over gesproken… Maar ze gaan in zee met één van de meer ervaren kandidaten”

Shit. Hoewel ik deze natuurlijk had kunnen zien aankomen, voel ik toch een flinke steek van teleurstelling. Het gesprek ging dinsdag zó lekker. Hoewel ik aan tafel bleek te zitten met het best intimiderende panel van directeur, commercieel directeur én P&O voelde de sfeer prima aan en kwam ik, al zeg ik het zelf, goed uit de verf. Oké, tijdens het gesprek werd behoorlijk duidelijk dat ik qua kennis van de sector het één en ander bij te spijkeren had… Maar desondanks ging ik happy weg.

“Ze wilden je echt heel graag hebben”, vervolgt Mieke. “Er is zelfs nog intern gekeken of ze je een ander aanbod konden doen, maar daar is het bedrijf te klein voor. Eerlijk waar Maaike, volgens de directeur sprong je eruit qua persoonlijkheid. Maar de andere kandidate had al een PhD gedaan, al jaren werkervaring in de sector.. Dat is voor hen nu de meest veilige keuze.”

Ze heeft natuurlijk gelijk. Ik wist zelf ook al wel dat ik kansloos was tegenover kandidaten met veel meer ervaring. Ik had alleen de stille hoop dat die anderen gewoon zo beroerd zouden communiceren dat ik op dat vlak alles goed kon maken, maar helaas.

Ik baal flink, al is het een schrale troost dat ik het heb afgelegd tegen een mega ervaren PhD’er. Daarnaast natuurlijk leuk om te horen dat ik niet de enige was die het gesprek als prettig heeft ervaren. Sterker nog: Mieke vertelt dat de directeur vond dat ik heel volwassen en senior-achtig overkwam. Ha! Heeft die peptalk aan mezelf in de auto toch effect gehad.

“…. En omdat wij zo over je te spreken zijn, wil ik je een ander aanbod doen”, hoor ik Mieke zeggen. Ik ben meteen weer één en al oor. Wat zegt ze? Wil ze me een baan als recruiter aanbieden?

“We willen verder voor je kijken in de markt en jou profiel tegen wat functies aanhouden. Voor ons eindigt het hier niet! Vind je het goed als ik daar volgende week bij je op terug kom?”

Natuurlijk vind ik dat goed. Graag!

Na afronding van het gesprek blijf ik even stil zitten. Daar zit ik dan, met mijn o zo geweldige persoonlijkheid, maar zonder baan. Lekker is dat. Zo snel als je in een achtbaan van kansen wordt meegesleept, zo snel lig je er ook weer uit. Maar het heeft me wel een positieve ervaring opgeleverd. Blijkbaar was dit het niet voor mij. Op naar de volgende kans, baan, sollicitatie!

Maar nu…heb ik eerst even behoefte aan een groot stuk chocola en een dikke knuffel van Joris.

Solliciteren: ervaring versus skills

Ik knijp mijn ogen tot spleetjes tegen de zon en laat het gas even los. Ik bevind me ergens op de A50 en kruip met een slakkengangetje tussen 2 vrachtwagens geklemd over de rechterbaan. Een hoogst ongebruikelijke situatie, omdat ik niet zo goed ben in langzaam rijden waar het ook harder kan. Geduld is niet mijn sterkste punt.

Maar nood breekt wet: ik ben op weg naar een sollicitatie en ik ben veel te vroeg. Om de reis een beetje te rekken leek het me een goed idee om achter een vrachtwagen te gaan rijden. Vooralsnog levert het echter vooral meewarige blikken en weinig minuten extra reistijd op.

Terwijl ik verlangend naar links kijk, waar allemaal auto’s voorbij schieten, denk ik na over het aanstaande gesprek. Ik kan eigenlijk nog steeds maar amper geloven waar ik naar op weg ben.
Het begon allemaal met mijn kennismaking met de recuiter van vorige week. Waar ik nieuwsgierig maar ook met enige reserves het gesprek inging, werd ik al gauw omhuld door een zinderende wolk van enthousiasme. Ik grinnik in mezelf als ik het gesprek voor de geest haal. Zo’n leuk sollicitatiegesprek heb ik nog nooit gehad.

Na wat wederzijds gebabbel met de enorm aardige recruiter raakte ik steeds enthousiaster over de functie en zij steeds enthousiaster over mij. Uiteindelijk mondde ze uit in zo’n een enorme lofzang over mij en ‘mijn competenties’, dat ik bijna het gevoel begon te krijgen dat ze me met een ander persoon verwarde. Ik bedoel, ik ben best een aardige meid, maar heb nooit echt aan mezelf gedacht in termen van ‘enorm empathisch vermogen’ en ‘natuurlijke gunfactor’.

“Ze had eigenlijk eens met Joris moeten gaan praten als ik ongesteld ben”, gniffel ik. “Die kan dan nog wel een boekje open doen over mijn empathisch vermogen”.

Daarnaast maakte ik me wat zorgen over de feiten, zoals dat ik eigenlijk te weinig werkervaring heb en al helemaal niet veel in de betreffende branche. Dit alles liet haar echter volstrekt koud. Toen ook nog bleek dat 4 dagen per week werken bespreekbaar was, was de zaak snel beklonken: ik werd voorgesteld als kandidaat aan het bedrijf en mocht op audiëntie komen.

En daarom rij ik nu dus hier: strak in het pak, haren netjes vast, tot in de puntjes voorbereid. Zenuwachtig maar ook enthousiast, want eerlijk is eerlijk: het lijkt een super vette baan. Die ik volgens mij ook wel kan. Qua competenties dan. Maar is dat genoeg om mezelf overtuigend te presenteren?

Met een licht hysterisch lachje zie ik een scenario voor me van mij tegenover 2 chagrijnige mannen, die me meewarig aan de tand voelen over ‘mijn kennis van de sector’.
“Zo jongedame, en hoe denk jij dat wij op korte termijn een kostprijs reductie kunnen realiseren?”
“Nou meneer, dat weet ik ook allemaal niet. Maar ik kan u wel van alles vertellen over mijn enorme empathische vermogen?!”

Ik lach hardop en trap snel op de rem, omdat ik al genietend van mijn binnenpretjes bijna bovenop de vrachtwagen rijd. Oeps .De navigatie piept: we zijn bij ‘mijn’ afslag. Mijn 80 km/h actie heeft de reis met precies één hele minuut  verlengd.

Ik geef richting, sla af en geef een dot gas. Langzaam rijden is niet mijn ding. En afwachten ook niet. Ervaring of geen ervaring, ik weet prima wat ik kan en waar ik naartoe wil. Als je iets wil bereiken moet je ook bereid zijn om je nek uit te steken.

Dus kom maar op met alle moeilijke vragen.. Ik ben er klaar voor!