Working mom in coronatijd #3: Help, ik mis mijn kids

Maandagochtend. Een zonnige huiskamer. Hier en daar wat speelgoed, maar redelijk netjes; de boekjes staan in de kast, het speelgoedkeukentje ligt er verlaten bij. Het is STIL in huis. Stil zoals het de afgelopen 8 weken nooit was.

Wouter geeft me een kop koffie aan en ploft neer aan de eettafel. “Gek he? Zo’n stil huis?”, vraagt hij.

Ik roer in mijn cappuccino en knik.

We hebben de afgelopen weken best naar dit moment toegeleefd. De dag dat de opvang weer open zou gaan. Dat we het huis weer voor onszelf zouden hebben. Weer normale werkuren zouden kunnen maken. Niet elke minuut dat we niet werken, te moeten zorgen. Iets meer adempauzes, iets meer rust.

Vanochtend gingen ze de deur uit. Jasjes aan, rugzakjes om. Ze hadden er wel zin in allebei. Bij het afzetten viel geen traan. Jonas draalde even bij de deur, maar liet zich makkelijk omkopen bij het vooruitzicht van spelen met auto’s. Lauren huppelde zo naar binnen, vrolijk als altijd.

En wij kwamen terug in een leeg huis. Een erg, erg leeg huis.

“Ik mis ze wel hoor”, beken ik. “Ja ik ook! “ knikt Wout. “ik hoop wel dat het goed met ze gaat daar”.

“Ja…” zeg ik. “Het was toch wel heel bijzonder om ze zo lang thuis te hebben he?”

We kijken elkaar een beetje schaapachtig aan. Daar zitten we dan. Ouders die zo uitkeken naar een nieuwe fase in het hele Corona gedoe, en nu is het zo ver en … Missen we onze kids.

De stroom van geluid. De lachjes, de kreetjes van Jonas, de trappelende voetjes en shit ja, zelfs het gegil.

Ha-ha. Wat word je toch weekhartig van ouder zijn.

Maar al vond ik de afgelopen tijd soms pittig; de kinderen zo lang, zo intensief meemaken was echt een kadootje. Ik begrijp ineens waarom moeders graag fulltime bij hun kinderen willen zijn. Hoe meer je ze ziet, hoe meer ze lijken te veranderen. Hoe beter je ze leert kennen, die kleine persoontjes die ze nu al zijn.

Ik heb enorm genoten van deze 2 maanden.

Zonder die 2 kleine gangsters om me heen voel ik me ineens… alleen.

Wouter en ik moeten allebei lachen om de tegenstrijdigheid. We verlangden naar rust; nu hebben we rust en willen we onze kinderen terug.

“Aan het werk schat”, lacht Wouter plagend. “Voor je het weet staan ze weer op de stoep”.

Ik rol lachend met mijn ogen en pak de laptop. Een hele lange, ongestoorde werkdag! In alle rust! Toch ook wel weer fijn.

Maar ik ga vandaag wel wat vaker dan normaal in hun digitale opvang-dagboekjes neuzen.  En vanavond heeeel hard knuffelen.

 

 

Geschreven door

Geef een reactie