Working mom in Coronatijd #5: Ik wil knuffelen!!

Zonnetje, fris blauwe lucht, groene bomen. Het landschap zoeft voorbij terwijl ik doorschakel naar de volgende versnelling. Op de radio zingt Mika heel hard “Why don’t you like me?!” .Lang niet gehoord, dat liedje. Het is lekker om even het huis uit te zijn. Dat ben ik dus bijna nooit meer tegenwoordig. Of nouja, niet alléén. Ik begeef me nog uitsluitend op straat in gezelschap van minimaal 1, meestal 2 kinderen.

Wat wel logisch is; als de één werkt, zorgt de ander.

Maar nu ben ik even – alleen-  op pad; naar het huis van vrienden om iets af te geven voor hun pasgeboren dochtertje. Ik ben alweer op weg terug. Een kort praatje in de deuropening, meer is het nu niet. Zij hebben een kwetsbaar kleintje dus afstand houden is hier helemaal zeer gewenst. Toch was het fijn om ze heel even te zien.

Desondanks voel ik me niet zo blij. Want hoewel ik me tot nu toe prima bij het Corona leven heb kunnen neerleggen, begin ik dat wij-houden-afstand-gedoe steeds meer zat te raken. Dat krampachtige om elkaar heen lopen. Nerveuze blikken als iemand te dichtbij komen. Je afvragen of je een doodzonde begaat door een paar vrienden thuis uit te nodigen.

Ineens wil ik gewoon heel erg dat alles weer normáál is. Ik wil mijn vrienden kunnen knuffelen, in plaats van naar ze te zwaaien vanaf 2 meter afstand. En ja, ik snap de noodzaak van alle maatregelen, maar laten we eerlijk zijn mensen; dit is toch niet normaal?  En dat gaat het hopelijk toch ook nooit worden?  Dat je elkaar de hele tijd ontwijkt?

Ik heb normaal best een knuffelige vriendengroep. Lange, stevige knuffels, korte, warme aanrakingen van handen op schouders, gezellig tegen elkaar aankruipen op de bank. Dat doen we al sinds de studententijd en het is altijd gewoon gebleven.

Nu het ineens niet meer mag, realiseer ik me des te meer hoe fijn dat is. En dat ik het dus mis. Ook mijn schoonouders, familie en andere lieve vriendinnen zou ik super graag weer een dikke knuffel willen geven.

Wat ook niet echt meehelpt is dat niemand weet hoe lang dit nog gaat duren. Ja, lang, als we afgaan op Ruttes woorden. Met zijn ‘nieuwe normaal’. Bah.

Ik rijd onze straat weer in. “Nou”, denk ik spottend, “Nu heb ik bijna de hele weg zitten chagrijnen. Echt genieten, dit ‘uitje’”.

Ik stap uit. voor het raam staan twee kindersnoetjes. Blonde haren, zwaaiende handjes. En ondanks mijn eigen tophumeur – hallo, zwangerschapshormonen- glimlach ik. Want dat geluk heb ik: mijn kinderen en mijn man kan ik nog steeds knuffelen. De hele dag, onbeperkt. Binnenshuis is er niks veranderd. Dus eigenlijk heb ik, in vergelijking met mensen die alleen wonen, helemaal niks te klagen.

Weet ik ook wel, maar soms is klagen wel gewoon even lekker. We hoeven ook niet te doen of het allemaal alleen maar leuk is allemaal.

Maar nu ben ik weer uitgeklaagd. Ik ga lekker broodjes eten en mijn gezin platknuffelen. Doei!

Geschreven door

Geef een reactie